Waarom je je telefoon soms beter niet in de telefoonhouder in de auto kunt klikken
In dit artikel:
Een smartphone in een houder op het dashboard lijkt tijdens een autorit ideaal voor navigatie, muziek en opladen, maar kan daardoor flink oververhit raken. Vooral de combinatie van navigeren, locatie- en verkeersgegevens verwerken, mobiel internet, streaming, achtergrondprocessen en een hoge schermhelderheid belast het toestel. Opladen, zeker draadloos, voegt daar extra warmte aan toe.
Google en Samsung waarschuwen daarom om telefoons niet in direct zonlicht of achter glas op te laden. Een dashboard kan in de zon ongeveer 45 graden Celsius worden, terwijl fabrikanten vaak een maximale werkingstemperatuur van rond de 35 graden hanteren. De airconditioning helpt soms, maar voorkomt oververhitting niet altijd. Een hoesje kan de warmte bovendien vasthouden en draadloos laden kan de achterkant extra opwarmen.
Bij hoge temperaturen dimt een telefoon mogelijk het scherm, beperkt hij de prestaties of stopt hij tijdelijk met laden. Dat kan onderweg voor problemen zorgen. Vooral de batterij heeft op lange termijn last van hitte: de chemische veroudering van lithium-ioncellen versnelt, zeker wanneer de batterij tegelijkertijd richting honderd procent wordt opgeladen. Eén warme rit is niet direct schadelijk, maar dagelijkse blootstelling kan de batterijcapaciteit merkbaar sneller verminderen.
Automobilisten kunnen oververhitting beperken door Android Auto of een vergelijkbaar autosysteem te gebruiken en de telefoon uit de zon, bij voorkeur op een schaduwrijke plek, op te bergen. Wie het toestel toch in beeld nodig heeft, kan een lagere of ventilatieroosterhouder gebruiken. Ook helpt het om een hoesje tijdens het rijden te verwijderen en snelladen uit te schakelen. Daarmee wordt niet alleen de levensduur van de smartphone verlengd, maar neemt ook de afleiding achter het stuur af.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Jij moet helemaal niet zeuren!'